In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de (financiële) risico’s.
1. Project Stationstuinen Barendrecht (€ 3.628.000 | Kansklasse 5)
Dit is de meest omvangrijke ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente, sterk blootgesteld aan schommelende bouwkosten en rentefluctuaties. De kans op financiële afwijkingen is reëel aanwezig. Het opgenomen risicobedrag representeert de laatst uitgewerkte risicoanalyse voor de gebiedsontwikkeling, bijgewerkt t/m februari 2026.
Eind november 2025 is het bestemmingsplan fase 1 van De Stationstuinen onherroepelijk geworden. Vanaf dat moment is het risicoprofiel van het rode knop scenario toegenomen. Dit is te verklaren door het toenemen van mogelijke claims bij het stoppen van het project. Daarnaast zijn ten opzichte van voorgaande rapportage de gerealiseerde kosten hoger. Het nu stoppen van De Stationstuinen zal leiden tot risicoscenario met mogelijk een hoger risico dan de gebiedsontwikkeling als geheel.
2. Informatieveiligheid en Privacy (€ 800.000 | Kansklasse 5)
Dit risico is nadrukkelijk opgenomen vanuit de wettelijke aansprakelijkheid (AVG/BIO) en staat in directe relatie tot de strenge handhaving en actieve boetebevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De digitale dreiging voor lokale overheden is onverminderd hoog, waarbij een incident niet alleen leidt tot juridische sancties, maar ook de continuïteit van de dienstverlening direct raakt. De stevige inschatting in Barendrecht is een bewuste en verantwoorde keuze die past bij de juridische realiteit, de omvangrijke digitale afhankelijkheid en de intensieve verwevenheid met de BedrijfsvoeringsPartner (DBP).
3. Tekorten uitvoering Jeugdwet (€ 1.000.000 | Kansklasse 4)
Naast de reguliere volumegroei kent dit open-einde domein een ketenrisico: de verschuiving naar een hogere zorgwaarde versus de netto kosten. Door een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt, gecombineerd met ziekteverzuim bij zowel verwijzers als zorgaanbieders, stagneert de instroom in preventieve of lichtere trajecten. Dit kan leiden tot escalatie van problematiek, waardoor jeugdigen direct instromen in zwaardere, en daarmee aanzienlijk duurdere, specialistische zorg. De raming van € 1 miljoen, die aansluit bij het regionale gemiddelde (€ 1,1 miljoen), dekt deze complexe en kostenverhogende dynamiek af. De uitvoering van de Jeugdwet kent in sommige situaties zeer kostbare casuïstiek waarmee budgetten door slechts enkele zorgtrajecten snel kunnen worden overschreden.
4. Budgettaire druk BedrijfsvoeringsPartner (DBP) (€ 989.000 | Kansklasse 4)
De operationele en financiële verwevenheid met de DBP is voor de gemeente een gegeven. In plaats van een geïsoleerde gemeentelijke raming, vormt dit bedrag de directe vertaling van het gedetailleerde en vastgestelde risicoprofiel van de DBP zelf. Macro-economische factoren zoals CAO-stijgingen, inflatie, een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt werken door in de gehele organisatieketen. De deelnemende gemeenten bieden gezamenlijk en naar rato dekking voor deze netto risico-impact van de partnerorganisatie.
5. Lagere Algemene Uitkering Gemeentefonds door herverdelingsmaatstaven en/of bezuinigingen van het Rijk(€ 750.000 | Kansklasse 4)
De verwachte herijking van het Gemeentefonds en de naderende bezuinigingen vanuit het Rijk creëren structurele onzekerheid, mede omdat de compensatie voor lokale loon- en prijsstijgingen achterblijft. Het gemiddelde gewaardeerde risico bij de referentiegroep ligt rond de € 800.000. Barendrecht raamt dit zeer realistisch en geheel in lijn met deze benchmark, proportioneel aan de omvang van de eigen begroting.
6. Faillissement van derden of instellingen (€ 1.000.000 | Kansklasse 3)
Dit risico dekt onvoorziene financiële claims af bij het omvallen van partijen met gemeentelijke leningen of garanties. De kans is beperkt (Klasse 3) dankzij de dempende werking van landelijke waarborgfondsen (zoals WSW en Wfz), waardoor de netto blootstelling proportioneel is aan de omvang van de leningenportefeuille. Bij deze inschatting is rekening gehouden met de openstaande borg- en garantstellingen t/m ultimo 2025. De raming in de referentiegroep voor dergelijke garantierisico's bedraagt circa € 900.000.
7. Cluster BUIG / Participatiewet (€ 750.000 | Kansklasse 4)
Door de koppeling aan het wettelijk minimumloon is er een aanzienlijk risico dat de macro-economische rijksbijdrage (BUIG) ontoereikend is. Ook hier fungeert de actuele dynamiek als een ketenrisico: een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt, gecombineerd met ziekteverzuim binnen de keten, belemmeren een soepele en duurzame uitstroom naar werk. De 'zorgwaarde' voor langdurige activeringstrajecten neemt toe, wat resulteert in hogere netto uitvoeringskosten. De raming in de referentiegroep van vergelijkbare gemeenten is circa € 650.000.
8. Cluster Wmo gerelateerde risico's (€ 600.000 | Kansklasse 4)
Vergrijzing drijft de volumes op, maar het daadwerkelijke financiële zwaartepunt ligt bij de noodgedwongen inzet op een hogere zorgwaarde. Door een relatief hoog verloop, de aanhoudend krappe arbeidsmarkt en ziekteverzuim bij thuiszorgorganisaties vallen preventieve netwerken en lichte ondersteuning vaak weg. Inwoners doen daardoor een zwaarder, duurder beroep op Wmo-maatwerkvoorzieningen, wat de netto kosten per cliënt opstuwt. Barendrecht taxeert dit risico op € 600.000. Dit is iets lager dan het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten (€ 750.000), omdat eerdere tussentijdse bijramingen de initiële raming al voor een deel hebben opgevangen.
9. Risico's overige projecten (€ 500.000 | Kansklasse 4)
Dit vormt het cumulatieve vangnet voor onvoorziene prijsstijgingen, vertragingen en planningsrisico's over het reguliere, diverse projectenportfolio van onze gemeente.
10. Schulddienstverlening & Bijzondere Bijstand (€ 500.000 | Kansklasse 4)
De druk op de bestaanszekerheid leidt tot een stijgend beroep op minimaregelingen. Binnen de keten van schuldhulpverlening leidt de dynamiek van een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt tot een rem op vroegsignalering. Het verborgen risico is hier de escalatie van problematiek: lichte interventies komen niet tijdig van de grond, waardoor uiteindelijk een hogere zorgwaarde in de vorm van complexe, langdurige en dure schuldhulptrajecten vereist is. De Barendrechtse raming weerspiegelt dit risico realistisch en vangt de stijgende trend op.
Overige aandachtsgebieden buiten de Top 10
Hoewel de gepresenteerde Top 10 de kwantitatief zwaarste financiële risico's afdekt, vereist integraal en datagedreven risicomanagement ook een scherpe blik op de dossiers die net buiten deze top vallen. Deze thema's zijn strategisch van groot belang en hebben daarom de onverminderde aandacht:
Financiële continuïteit Gesubsidieerde Instellingen: Voor lokale welzijns-, sport- en cultuurinstellingen is een bewuste en verantwoorde buffer aangehouden (kansklasse 4- € 300.000). Ook in deze sectoren zorgt de dynamiek van een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt, in combinatie met opgelopen exploitatiekosten, voor financiële kwetsbaarheid. Deze sturingsruimte voorkomt dat onvoorziene reddingsoperaties, of frictiekosten bij een noodzakelijke doorstart van een maatschappelijke voorziening, direct de algemene middelen belasten.
Business Continuity Management (BCM): De borging van gemeentelijke kernprocessen is een essentieel ketenrisico. Binnen de collaboratieve governance met onze BedrijfsvoeringsPartner (DBP) en de gemeenten Albrandswaard en Ridderkerk sturen we nadrukkelijk op de continuïteit van onze dienstverlening richting de inwoners. Het uitvallen van kritieke voorzieningen of ketensystemen heeft directe maatschappelijke impact. Door gezamenlijke planvorming en actieve, datagedreven crisisoefeningen verhogen we de operationele weerbaarheid van de gehele werkorganisatie. (kansklasse 4- € 250.000)
Verbonden Partijen: De gemeente participeert in diverse gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Financiële of operationele tegenvallers bij deze externe partners kunnen direct doorwerken in de eigen begroting. Om financiële verrassingen achteraf te voorkomen, voeren we een actieve regierol. Via periodieke analyse en partneroverleg monitoren we de financiële gezondheid en de doelmatigheid van deze verbonden partijen. (kansklasse 4- € 210.000)