2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. Aanleiding en achtergrond

Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 1. Aanleiding en achtergrond

Omschrijving (toelichting)

De gemeente Barendrecht voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. Voor de dossiers binnen de top 10 met een algemeen gemeentelijk karakter zijn ter vergelijking cijfers van referentiegemeenten opgenomen.

Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de werkelijk beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.

 

2. Risicoprofiel

Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 2. Risicoprofiel

Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt. Ook wordt er continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 27 februari 2026. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren. Hierin wordt rekening gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht in het vervolg van deze paragraaf.

Belangrijkste financiële risico’s gemeente Barendrecht
Nr. Risico Maatregelen/Opmerkingen Kans Financieel gevolg
1 Geconsolideerd risico  Project Stationstuinen Barendrecht Gecontroleerde projectomgeving, fasering, prioritering, partneroverleg 5 max. € 3.627.674 27,92%
2 Lagere Algemene Uitkering gemeentefonds door wijziging in herverdelingsmaatstaven en/of bezuinigingen van het Rijk Monitoring/benchmarking. Her-prioritering, bezuinigingen, inkomsten verhogen 4 max. € 750.000 9,08%
3 Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving informatiebeveiliging en privacy De BedrijfsvoeringsPartner (DBP), Proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, Compliance 5 max.€ 800.000 9,02%
4 Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet Beperkte invloed, transformatie keten, monitoring/ benchmarking, business intelligence 4 max.€ 1.000.000 8,82%
5 Risico dat De BedrijfsvoeringsPartner haar taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget DBP, monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling 4 max.€ 989.000 8,01%
6 Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan leiden tot onvoorziene uitgaven Beperkte invloed, DBP, monitoring, business intelligence 3 max.€ 1.000.000 6,86%
7 Cluster BUIG, (Participatiewet) rijksbijdrage niet toereikend Optimaliseren uitvoering processen preventie, activering en handhaving 4 max.€ 750.000 6,76%
8 Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten) Beperkte invloed, monitoring, business intelligence 4 max.€ 600.000 4,87%
9 Risico’s projecten Gecontroleerde projectomgeving, scenario-analyse/ risicoanalyse, DBP 4 max.€ 500.000 3,81%
10 Risico tekorten in open eindregelingen Schulddienstverlening, Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand Gecontroleerde projectomgeving, scenario-analyse/ risicoanalyse, DBP 4 max.€ 400.000 3,51%
Totaal van alle risico 's: € 17.271.295

Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren, met daarbij het maximaal ingeschatte financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Onderstaande tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.

Kwantiteit Referentiebeelden Kansklasse Toelichting kansklasse
10% 0 of 1 keer per 10 jaar 1 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30% 1 keer per 5 – 10 jaar 2 Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50% 1 keer per 2 – 5 jaar 3 Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70% 1 keer per 1 – 2 jaar 4 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90% 1 keer per jaar of meer 5 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages
Percentage Bedrag
5% € 2.101.958
25% € 2.993.876
50% € 3.743.101
75% € 4.602.930
90% € 5.391.507
95% € 5.841.575

Uit de tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 5.391.507 (benodigde weerstandscapaciteit).

3. Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 3. Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

 

Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstand Huidige capaciteit
Algemene reserve aanvang 2025 € 7.924.337
Stortingen in 2025 € 0
Jaarresultaat 2024 € 2.314.406
Onttrekkingen 2025 -€ 695.700
Totale weerstandscapaciteit eind 2025 € 9.543.043
Jaarresultaat 2025 € 7.285.287
Budgetoverhevelingen 2025 -€ 593.000
Overheveling van reserve grondbedrijf € 288.000
Overheveling naar reserve groot onderhoud zwembad Inge de Bruijn -€ 403.893
Overheveling naar reserve Doorontwikkeling Ambtelijke Organisatie -€ 800.000
Totale weerstandscapaciteit eind 2026 € 15.319.437

4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit € 9.543.043 1,77 eind 2025
Benodigde weerstandscapaciteit € 5.391.507
Ratio weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit € 15.319.437 2,84 eind 2026
Benodigde weerstandscapaciteit € 5.391.507

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

Weerstandsnorm
Klasse Ratio Betekenis
A > 2,0 Uitstekend
B 1,4 – 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 – 1,4 Voldoende
D 0,8 – 1,0 Matig
E 0,6 – 0,8 Onvoldoende
F < 0,6 Ruim onvoldoende

De ratio weerstandsvermogen van de gemeente Barendrecht bedraagt eind 2025 1,77 en valt daarmee in klasse B, wat staat voor een ruim voldoende weerstandsvermogen.

 

5. Kengetallen

Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 5. Kengetallen

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag worden kengetallen opgenomen voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente.

 

Kengetallen Realisatie 2024 Prognose 2025 Realisatie 2025
Netto schuldquote 83,1% 83,2% 76,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd 83,1% 83,2% 76,7%
Solvabiliteitsratio 22,4% 22,8% 22,9%
Structurele exploitatieruimte -3,4% 2,0% 1,5%
Grondexploitatie 0,2% 2,0% 3,6%
Belastingcapaciteit 113,0% 118,8% 118,8%

De waarden van de kengetallen op de hieronder afgebeelde kengetallenmonitor zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest.

 

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote gecorrigeerd <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte begroting >0% 0% <0%
Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De netto schuldquote wordt berekend als: totaal schulden gedeeld door de totale baten (exclusief mutaties in reserves). In 2025 komt de netto schuldquote uit onder de 90% (categorie A). De daling van de netto schuldquote ten opzichte van 2024 wordt met name veroorzaakt door een stijging van de baten (exclusief mutaties in reserves), onder andere als gevolg van de grondexploitaties.

 

bedragen * 1.000
Netto schuldquote Realisatie Prognose Realisatie
2024 2025 2025
Vaste schulden + 115.759 129.544 129.544
Netto vlottende schuld + 11.334 11.344 12.309
Overlopende passiva + 41.664 41.666 44.960
Totale bruto schuld 168.757 182.554 186.813
Financiële activa (excl. kapitaalverstr. , leningen) - 2.206 2.206 2.045
Financiële activa (verstrekte leningen) 0 0 0
Uitzettingen < 1 jaar - 13.758 16.558 24.018
Liquide middelen - 538 1.000 310
Overlopende activa - 14.740 14.740 14.218
Totale netto schuld 137.515 148.050 146.222
Totale netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 137.515 148.050 146.222
Totale saldo van baten (excl. mutatie reserves) 165.541 177.878 190.657
Netto schuldquote 83,1% 83,2% 76,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 83,1% 83,2% 76,7%

De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd.  Deze blijft in categorie B.

bedragen * 1.000
Solvabiliteit Realisatie Prognose Realisatie
2024 2025 2025
Eigen vermogen 51.792 56.217 58.726
Totaal passiva 230.985 246.727 256.220
Solvabiliteit 22,4% 22,8% 22,9%

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (inclusief rente en aflossingen van leningen) te dekken. De structurele exploitatieruimte valt in categorie A.

bedragen * 1.000
Structurele exploitatieruimte Realisatie Prognose Realisatie
2024 2025 2025
Saldo van baten en lasten + -3.862 4.425 6.933
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves + 6.176 2.180 352
Rekeningsaldo 2.314 6.605 7.285
Waarvan incidentele lasten en baten - 8.022 3.056 4.343
Structureel saldo -5.708 3.549 2.942
Totale saldo van baten (excl. mutatie reserves) 165.541 177.878 190.657
Structurele exploitatieruimte -3,4% 2,0% 1,5%

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage hoe beter. Bij de grondexploitaties is sprake van een laag risico.

 

bedragen * 1.000
Grondexploitatie Realisatie Prognose Realisatie
2024 2025 2025
A. Bouwgronden in exploitatie + 402 3.537 6.908
Totale bouwgronden 402 3.537 6.908
B. Totale saldo van baten (excl. mutatie reserves) / 165.541 177.878 190.657
Grondexploitatie 0,2% 2,0% 3,6%

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Barendrecht zit boven het landelijk gemiddelde met 118,8% in categorie C. Volgens de BBV voorschriften moet dit vergeleken worden met de landelijk gemiddelde woonlasten van het jaar er voor. In onderstaande tabel is ook een vergelijking gemaakt met de landelijk gemiddelde woonlasten van hetzelfde jaar.

 

bedragen * 1.000
Belastingcapaciteit Realisatie Prognose Realisatie
2024 2025 2025
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde + 427 437 437
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde + 199 243 243
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin + 441 501 501
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin - 0 0 0
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 1.067 1.181 1.181
E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 / 944 994 994
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor 113,0% 118,8% 118,8%
E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t / 994 1.053 1.053
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde zelfde jaar 107,3% 112,2% 112,2%
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 6. Trends en ontwikkelingen risicoprofiel Barendrecht

In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de (financiële) risico’s. 

1. Project Stationstuinen Barendrecht (€ 3.628.000 | Kansklasse 5)

Dit is de meest omvangrijke ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente, sterk blootgesteld aan schommelende bouwkosten en rentefluctuaties. De kans op financiële afwijkingen is reëel aanwezig. Het opgenomen risicobedrag representeert de laatst uitgewerkte risicoanalyse voor de gebiedsontwikkeling, bijgewerkt t/m februari 2026.

Eind november 2025 is het bestemmingsplan fase 1 van De Stationstuinen onherroepelijk geworden. Vanaf dat moment is het risicoprofiel van het rode knop scenario toegenomen. Dit is te verklaren door het toenemen van mogelijke claims bij het stoppen van het project. Daarnaast zijn ten opzichte van voorgaande rapportage de gerealiseerde kosten hoger. Het nu stoppen van De Stationstuinen zal leiden tot risicoscenario met mogelijk een hoger risico dan de gebiedsontwikkeling als geheel.

2. Informatieveiligheid en Privacy (€ 800.000 | Kansklasse 5)

Dit risico is nadrukkelijk opgenomen vanuit de wettelijke aansprakelijkheid (AVG/BIO) en staat in directe relatie tot de strenge handhaving en actieve boetebevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De digitale dreiging voor lokale overheden is onverminderd hoog, waarbij een incident niet alleen leidt tot juridische sancties, maar ook de continuïteit van de dienstverlening direct raakt. De stevige inschatting in Barendrecht is een bewuste en verantwoorde keuze die past bij de juridische realiteit, de omvangrijke digitale afhankelijkheid en de intensieve verwevenheid met de BedrijfsvoeringsPartner (DBP).

3. Tekorten uitvoering Jeugdwet (€ 1.000.000 | Kansklasse 4)

Naast de reguliere volumegroei kent dit open-einde domein een ketenrisico: de verschuiving naar een hogere zorgwaarde versus de netto kosten. Door een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt, gecombineerd met ziekteverzuim bij zowel verwijzers als zorgaanbieders, stagneert de instroom in preventieve of lichtere trajecten. Dit kan leiden tot escalatie van problematiek, waardoor jeugdigen direct instromen in zwaardere, en daarmee aanzienlijk duurdere, specialistische zorg. De raming van € 1 miljoen, die aansluit bij het regionale gemiddelde (€ 1,1 miljoen), dekt deze complexe en kostenverhogende dynamiek af. De uitvoering van de Jeugdwet kent in sommige situaties zeer kostbare casuïstiek waarmee budgetten door slechts enkele zorgtrajecten snel kunnen worden overschreden.

4. Budgettaire druk BedrijfsvoeringsPartner (DBP) (€ 989.000 | Kansklasse 4)

De operationele en financiële verwevenheid met de DBP is voor de gemeente een gegeven. In plaats van een geïsoleerde gemeentelijke raming, vormt dit bedrag de directe vertaling van het gedetailleerde en vastgestelde risicoprofiel van de DBP zelf. Macro-economische factoren zoals CAO-stijgingen, inflatie, een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt werken door in de gehele organisatieketen. De deelnemende gemeenten bieden gezamenlijk en naar rato dekking voor deze netto risico-impact van de partnerorganisatie.

5. Lagere Algemene Uitkering Gemeentefonds door herverdelingsmaatstaven en/of bezuinigingen van het Rijk(€ 750.000 | Kansklasse 4)

De verwachte herijking van het Gemeentefonds en de naderende bezuinigingen vanuit het Rijk creëren structurele onzekerheid, mede omdat de compensatie voor lokale loon- en prijsstijgingen achterblijft. Het gemiddelde gewaardeerde risico bij de referentiegroep ligt rond de € 800.000. Barendrecht raamt dit zeer realistisch en geheel in lijn met deze benchmark, proportioneel aan de omvang van de eigen begroting.

6. Faillissement van derden of instellingen (€ 1.000.000 | Kansklasse 3)

Dit risico dekt onvoorziene financiële claims af bij het omvallen van partijen met gemeentelijke leningen of garanties.  De kans is beperkt (Klasse 3) dankzij de dempende werking van landelijke waarborgfondsen (zoals WSW en Wfz), waardoor de netto blootstelling proportioneel is aan de omvang van de leningenportefeuille. Bij deze inschatting is rekening gehouden met de openstaande borg- en garantstellingen t/m ultimo 2025. De raming in de referentiegroep voor dergelijke garantierisico's bedraagt circa € 900.000. 

7. Cluster BUIG / Participatiewet (€ 750.000 | Kansklasse 4)

Door de koppeling aan het wettelijk minimumloon is er een aanzienlijk risico dat de macro-economische rijksbijdrage (BUIG) ontoereikend is. Ook hier fungeert de actuele dynamiek als een ketenrisico: een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt, gecombineerd met ziekteverzuim binnen de keten, belemmeren een soepele en duurzame uitstroom naar werk. De 'zorgwaarde' voor langdurige activeringstrajecten neemt toe, wat resulteert in hogere netto uitvoeringskosten.  De raming in de referentiegroep van vergelijkbare gemeenten is circa € 650.000. 

8. Cluster Wmo gerelateerde risico's (€ 600.000 | Kansklasse 4)

Vergrijzing drijft de volumes op, maar het daadwerkelijke financiële zwaartepunt ligt bij de noodgedwongen inzet op een hogere zorgwaarde. Door een relatief hoog verloop, de aanhoudend krappe arbeidsmarkt en ziekteverzuim bij thuiszorgorganisaties vallen preventieve netwerken en lichte ondersteuning vaak weg. Inwoners doen daardoor een zwaarder, duurder beroep op Wmo-maatwerkvoorzieningen, wat de netto kosten per cliënt opstuwt. Barendrecht taxeert dit risico op € 600.000. Dit is iets lager dan het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten (€ 750.000), omdat eerdere tussentijdse bijramingen de initiële raming al voor een deel hebben opgevangen.

9. Risico's overige projecten (€ 500.000 | Kansklasse 4)

Dit vormt het cumulatieve vangnet voor onvoorziene prijsstijgingen, vertragingen en planningsrisico's over het reguliere, diverse projectenportfolio van onze gemeente. 

10. Schulddienstverlening & Bijzondere Bijstand (€ 500.000 | Kansklasse 4)

De druk op de bestaanszekerheid leidt tot een stijgend beroep op minimaregelingen. Binnen de keten van schuldhulpverlening leidt de dynamiek van een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt tot een rem op vroegsignalering. Het verborgen risico is hier de escalatie van problematiek: lichte interventies komen niet tijdig van de grond, waardoor uiteindelijk een hogere zorgwaarde in de vorm van complexe, langdurige en dure schuldhulptrajecten vereist is. De Barendrechtse raming weerspiegelt dit risico realistisch en vangt de stijgende trend op.

Overige aandachtsgebieden buiten de Top 10

Hoewel de gepresenteerde Top 10 de kwantitatief zwaarste financiële risico's afdekt, vereist integraal en datagedreven risicomanagement ook een scherpe blik op de dossiers die net buiten deze top vallen. Deze thema's zijn strategisch van groot belang en hebben daarom de onverminderde aandacht:

Financiële continuïteit Gesubsidieerde Instellingen: Voor lokale welzijns-, sport- en cultuurinstellingen is een bewuste en verantwoorde buffer aangehouden (kansklasse 4- € 300.000). Ook in deze sectoren zorgt de dynamiek van een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt, in combinatie met opgelopen exploitatiekosten, voor financiële kwetsbaarheid. Deze sturingsruimte voorkomt dat onvoorziene reddingsoperaties, of frictiekosten bij een noodzakelijke doorstart van een maatschappelijke voorziening, direct de algemene middelen belasten.

Business Continuity Management (BCM): De borging van gemeentelijke kernprocessen is een essentieel ketenrisico. Binnen de collaboratieve governance met onze BedrijfsvoeringsPartner (DBP) en de gemeenten Albrandswaard en Ridderkerk sturen we nadrukkelijk op de continuïteit van onze dienstverlening richting de inwoners. Het uitvallen van kritieke voorzieningen of ketensystemen heeft directe maatschappelijke impact. Door gezamenlijke planvorming en actieve, datagedreven crisisoefeningen verhogen we de operationele weerbaarheid van de gehele werkorganisatie. (kansklasse 4- € 250.000)

Verbonden Partijen: De gemeente participeert in diverse gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Financiële of operationele tegenvallers bij deze externe partners kunnen direct doorwerken in de eigen begroting. Om financiële verrassingen achteraf te voorkomen, voeren we een actieve regierol. Via periodieke analyse en partneroverleg monitoren we de financiële gezondheid en de doelmatigheid van deze verbonden partijen. (kansklasse 4- € 210.000)