Saldoverklaring

Omschrijving (toelichting)

Het saldo na de Slotwijziging 2025 was € 6.605.100 positief. Het uiteindelijke saldo van de jaarrekening is uitgekomen op een jaarresultaat van € 7.285.287, dat wil zeggen dat de mutaties na de Slotwijziging een voordeel hebben opgeleverd van  € 680.187. In de analyse van het saldo hierna worden de afwijkingen groter dan € 100.000 toegelicht. In onderstaand overzicht zijn deze opgenomen. Alle afwijkingen (vanaf € 25.000 tot € 100.000) zijn in de programma’s toegelicht bij het onderdeel ‘Wat heeft het gekost’.

Excel-tabel

Saldo na Slotwijziging 2025 -6.605.100
overschot
Nadelen
1 Voorziening pensioenen (voormalige) wethouders 719.947
2 Gemeentelijke gebouwen 372.252
3 Vennootschapsbelasting 297.158
4 Personeels- en inhuurkosten 271.789
5 Voorziening Trekkenwand Kruispunt 257.000
6 Uitvoeringskosten Inburgering 2024 232.483
7 Regionale Jeugdhulp 206.692
8 Deelnemingen nutsbedrijven 174.421
9 Lokale Jeugdhulp 145.898
10 Marktinitiatief Natuurgoed Ziedewij 141.757
11 Exploitatiebijdrage Zwembad Inge de Bruijn 137.500
Totaal nadelen 2.956.897
Voordelen
12 Realisatiestimulans-uitkering -1.211.000
13 Leges omgevingsvergunningen -810.825
14 Implementatie omgevingswet -344.950
15 WMO -352.816
16 OZB niet-woningen -188.530
17 Waterwegen planmatig onderhoud -143.850
18 Algemene uitkering -139.562
19 Actieplan Jeugd en Gezin -123.362
20 Wijkteams -118.828
21 Minimabeleid -103.355
Totaal voordelen -3.537.078
Overige afwijkingen -100.006
Totaal afwijkingen na Slotwijziging 2025 -680.187
Saldo Jaarrekening 2025 -7.285.287
overschot

Omschrijving (toelichting)

1.Voorziening pensioenen (voormalige) wethouders (€ 719.947 nadeel) 

Met ingang van 1 januari 2028 worden de pensioenen van politieke ambtsdragers ondergebracht in het nieuwe pensioenstelsel en overgedragen aan het ABP. Deze landelijke stelselwijziging verplicht gemeenten om de pensioenverplichtingen zodanig te waarderen dat deze aansluiten bij de uitgangspunten en dekkingsgraad van het ABP. In dit kader heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken landelijk onderzoek laten uitvoeren naar de financiële impact van deze waardeoverdracht. Uit dit onderzoek blijkt dat de pensioenverplichting per 31 december 2025 naar verwachting met 10% tot 20% moet worden verhoogd om een volledige overdracht per 1 januari 2028 mogelijk te maken. Deze ontwikkeling geldt daarmee voor alle gemeenten en is niet beïnvloedbaar op lokaal niveau. Conform de stellige uitspraak van het BBV van 3 december 2025 dient deze aanvullende verplichting te worden verwerkt via een dotatie aan de voorziening. Op basis van de actuariële berekening van Idella bedraagt deze extra dotatie € 719.947 (begroot € 174.300), waarmee de stand van de voorziening per 31 december 2025 in overeenstemming wordt gebracht met de geldende richtlijnen.

2.Gemeentelijke gebouwen (€ 372.252 nadeel)
In lijn met de aangescherpte paragraaf onderhoud kapitaalgoederen is het inzicht in de beheerkosten van de gemeentelijke gebouwen het afgelopen jaar verbeterd. In het verlengde hiervan wordt in de saldoverklaring gerapporteerd op het totaal van de afwijkingen voor de gemeentelijke gebouwen, in plaats van op afzonderlijke (veelal beperkte) afwijkingen per programma/gebouw en taakveld. Dit heeft geleid tot meer samenhang en overzicht in de financiële verantwoording. Het nadeel wordt enerzijds veroorzaakt door extra lasten voor regulier onderhoud en anderzijds door diverse incidentele posten; beveiliging, schade en vandalisme kosten, kosten voor vervangende ruimte voor de Harmonievereniging, een ballenvangnet en diverse overige gebouw gebonden uitgaven.

3.Vennootschapsbelasting (€ 297.158 nadeel)
De verwachte Vpb-last voor 2025 komt uit op € 840.000. Dat is € 297.158 hoger dan verwacht bij de Tussenrapportage 2025, dit hangt met name samen met een stijgende winstverwachting op de grexen. Van de totale last heeft € 625.000 betrekking op grexen en € 125.000 op 5 andere clusters (afval, parkeren, reclame, energie en omzetheffing benzinestations). In de reserve grondbedrijf is rekening gehouden met deze Vpb-last. In de Tussenrapportage is al rekening gehouden met een dekking uit deze reserve van € 337.000, maar dit moet uiteindelijk worden opgehoogd naar 625.000. In het raadsvoorstel van de Jaarstukken 2025 wordt voorgesteld om  het aanvullende bedrag van € 288.000 voor de Vpb-last van de grexen over te hevelen van de reserve grondbedrijf naar de algemene reserve waarmee er feitelijk alsnog dekking ontstaat voor deze Vpb-last. 

4.Personeels- en inhuurkosten m.b.t. Inburgering (€ 271.789 nadeel)
De afwijking op de personele lasten is voornamelijk ontstaan binnen het domein Inburgering. In de afgelopen jaren is de ambtelijke inzet voor Inburgering gefinancierd vanuit de Specifieke Uitkering (SPUK) Inburgering. Deze middelen worden jaarlijks verantwoord via de SiSa-verantwoording bij de jaarrekening. Na indiening van de SiSa-verantwoording over 2024 is, in afstemming met het Ministerie van SZW, vastgesteld dat personeelskosten voor klantmanagers en de regisseur Inburgering niet ten laste mogen worden gebracht van de SPUK Inburgeringsvoorzieningen. De raad is hierover op 18 december 2025 geïnformeerd. Als gevolg hiervan kunnen deze personeelslasten niet langer binnen de SPUK worden verantwoord, hetgeen in 2025 heeft geleid tot een overschrijding van de personeelsbegroting. Dit heeft betrekking op 2025. Bij nr.6 wordt de afwikkeling over 2024 apart opgenomen.

5.Voorziening Trekkenwand Kruispunt (€ 257.000 nadeel)
In 2026 moet de trekkenwand installatie in theater Het Kruispunt vervangen worden. Voor het afboeken van de boekwaarde van de huidige installatie is een voorziening gevormd conform het raadsbesluit van 27 januari 2026.

6.Uitvoeringskosten Inburgering 2024 (€ 232.483 nadeel) 
In 2025 is de verantwoording van 2024 gecorrigeerd omdat er ten onrechte uitvoeringskosten ten laste van de uitkering gebracht waren. Dit bedrag moet aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid terugbetaald worden. Hierover is de raad geïnformeerd via een raadsinformatiebrief van 18 december 2025.

7.Regionale Jeugdhulp (€ 206.692 nadeel)
Het nadeel op de Regionale Jeugdhulp hangt samen met ontwikkelingen binnen de GRJR gedurende het einde van afgelopen jaar. In 2025 zijn reeds twee begrotingswijzigingen doorgevoerd, in de Tussenrapportage en de Slotwijziging 2025, vanwege de lagere bijdrage aan de GRJR. In totaal is de gemeentelijke bijdrage met € 2.878.200 verlaagd en daarmee over het gehele jaar 2025 fors lager dan in de oorspronkelijk begroting rekening mee was gehouden.  Echter, ten opzichte van de laatste begrotingswijziging in de Slotwijziging 2025 is in de voorlopige Jaarstukken van de GRJR een hogere bijdrage van € 161.899 opgenomen. Daarnaast  hebben de incidentele en structurele kostenstijgingen bij Veilig Thuis (VT) geleid tot dit nadeel. De afwijking van € 206.692 moet in dat licht worden bezien als gevolg van deze regionale bijstellingen en de doorwerking van de hogere kosten voor Veilig Thuis.

8.Deelnemingen nutsbedrijven (€ 174.421 nadeel)
Drinkwaterbedrijven zoals Evides N.V. moeten veel investeren in onderhoud, verbetering en uitbreiding van de infrastructuur, zoals leidingen, zuiveringsinstallaties en pompsystemen, om hun diensten betrouwbaar en toekomstbestendig te houden. In de periode 2025-2028 zijn grote investeringsprogramma’s ingepland om productiecapaciteit en distributienetwerken uit te breiden en klimaatverandering het hoofd te bieden. Dergelijke investeringen vragen meer netto kasstroom en leggen een druk op de beschikbare winst voor dividenduitkeringen. In 2025 is door de grote investeringen een lager dividend uitgekeerd dan in voorgaande jaren.

9.Lokale Jeugdhulp (€ 145.898 nadeel)
Het nadeel op de lokale inkoop jeugdhulp hangt samen met het open-einde karakter van deze regeling. Ondanks dat er de hogere uitgaven op de lokale jeugdhulp waren voorzien in de Tussenrapportage, waar er € 350.000 extra budget is vrijgemaakt, zijn de kosten toch nog wat hoger uitgevallen. De zorguitgaven zijn afhankelijk van de daadwerkelijke zorgvraag. We zien lagere uitgaven dan begroot binnen de regionale inkoop jeugdhulp. Mogelijk is sprake van een verschuiving van duurdere regionale zorg naar lokale zorg, wat als een positieve ontwikkeling kan worden beschouwd. Deze causaliteit kunnen we niet definitief vaststellen, omdat we nog onvoldoende sturings- en monitoringsinformatie hebben om dit te onderbouwen. Om hier in de toekomst betere inzichten in te krijgen, wordt binnen het kader van het actieplan Jeugd en Gezin momenteel gewerkt aan de ontwikkeling en verbetering van dashboards, waarmee meer en betrouwbaardere sturingsinformatie beschikbaar komt.

10.Marktinitiatief Natuurgoed Ziedewij (€ 141.757 nadeel)
Als gevolg van het vernietigen van het wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij door de Raad van State (Raadsinformatiebrief 15 februari 2024) is de met initiatiefnemer gesloten anterieure overeenkomst beëindigd. Door de vernietiging is er geen juridische grondslag meer voor de anterieure overeenkomst en kostenverhaal. In de Jaarstukken 2024 is dit abusievelijk niet verwerkt. Op Natuurgoed Ziedewij vinden in 2026 nieuwe ontwikkelingen plaats. De gemeenteraad wordt hierover halverwege 2026 nader geïnformeerd.

11.Exploitatiebijdrage Zwembad Inge de Bruijn (€ 137.500 nadeel)
Vorig jaar heeft het zwembad een negatief jaarresultaat behaald en hiervoor heeft Barendrecht een extra bedrag van € 109.000 aan bijgedragen. Daarnaast is op de basis bijdrage van € 731.500 een aanvullend indexatiebedrag van € 28.500 (3.9%) betaald. In 2026 zal een Governance onderzoek worden ingesteld om te evalueren of de huidige gekozen structuur ook de meest optimale structuur is. Tevens wordt een evaluatie gemaakt van de afgelopen contractperiode (afloop in 2027) om te onderzoeken welke verbeteringen kunnen worden aangebracht in de huidige verantwoordingsstructuur rondom het beheer, exploitatie en onderhoud van het zwembad.

12.Realisatiestimulans-uitkering (€ 1.211.000 voordeel)
Met de Realisatiestimulans wil het Rijk lokale woningbouw versterken. Voor iedere betaalbare woning waarvan de bouw (is ge)start tussen 1 januari 2025 en 31 december 2029 ontvangen gemeenten een (vrij besteedbare) bijdrage van € 7.000 per woning binnen een landelijk budget van € 2,5 miljard. Voor Barendrecht betreft het 173 woningen in 2025 met een aanvraag van € 1.211.000. Dit bedrag ontvangen we in 2026. Volgens de BBV-voorschriften, zoals gepubliceerd medio maart 2026, moet de Realisatiestimulans-uitkering worden verantwoord in het jaar waarin de bouw van de woning is gestart.

13.Leges omgevingsvergunningen (€ 810.825 voordeel)
Dit voordeel komt met name door de aanvragen die we eind december hebben ontvangen vanuit het project Stationstuinen. In de raming eerder dit jaarzijn we, op basis van de planning, uitgegaan van enkel de aanvraag voor het eerste Veld A. Echter zijn alle drie de fasen nu voor de jaarwisseling aangevraagd. Één zogenaamde Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor de afwijkingen in het hele blok, drie losse Omgevingsplanactiviteiten (OPA’s) voor de fasen en nog eens drie losse bouwtechnische activiteiten. In totaal zeven aanvragen.

14.Implementatie omgevingswet (€ 344.950 voordeel) 
Dit voordeel is ontstaan door enerzijds het uitlopen van de projectplanning voor de programma onderdelen Omgevingsplan en Omgevingsvisie. In 2025 zijn kosten voor de ruimtelijke verkenning gemaakt, maar geen kosten voor de planMER-procedure die wel begroot waren. De aanbesteding hiervoor gebeurt in 2026. Daarnaast is een bedrag van € 178.000 bijgeraamd in de Tussenrapportage 2025 dat ontvangen is uit de meicirculaire en dat bestemd is voor 2026. Voorgesteld wordt om een bedrag van € 242.800 door te schuiven naar 2026, waarvan € 64.800 voor de Omgevingsplanwijziging fase 1 en € 178.000 voor de kosten planMER.

15.WMO (€ 352.816 voordeel) 
Binnen de WMO is een voordeel van € 352.816. Dit komt voornamelijk doordat we meer eigen bijdrage hebben ontvangen dan is begroot. Daarnaast zien we bij de dagbesteding dat in veel gevallen mensen zijn doorgestroomd naar een WLZ indicatie. Dit komt doordat zij langer in de thuissituatie zijn ondersteund door het netwerk. Daarnaast zijn er minder uitgaven binnen de gehandicapten voorzieningen. We zien dat er binnen deze voorzieningen minder dure hulpmiddelen zijn aangevraagd. Dit kan jaarlijks fluctueren. Ook is er voordeel ontstaan, doordat er bij de toegang tot de WMO kritisch beoordeeld wordt.

16.OZB niet-woningen (€ 188.530 voordeel) 
De totale definitieve WOZ-waarde van niet-woningen is hoger dan waar bij de begroting van uit was uitgegaan. Daarnaast zijn de OZB-aanslagen woningen minder bijgesteld als gevolg van toegekende bezwaren. Dit heeft geleid tot een incidentele extra OZB-opbrengst.

17.Waterwegen planmatig onderhoud (€ 143.850 voordeel) 
De kosten van de baggerwerkzaamheden van Waterschap Hollandse Delta (WSHD), die door de gemeente vergoed worden, zijn pas in januari 2026 bekend geworden. Deze kosten bleken aanzienlijk lager uit te vallen dan begroot. 

18.Algemene uitkering (€ 139.562 voordeel)
Na de Slotwijziging 2025 is de decembercirculaire ontvangen. Hierover is de raad begin januari 2026 via een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Daarnaast zijn er afrekeningen van vorige jaren, waardoor de algemene uitkering hoger is uitgevallen.

19.Actieplan Jeugd en Gezin (€ 123.362 voordeel)
Voor de uitvoering van het Actieplan Jeugd en Gezin 2025–2026 (hierna Actieplan) is in 2025 een incidenteel projectbudget van € 100.000 beschikbaar gesteld. In 2025 is € 77.220 besteed. Het restant wordt doorgeschoven naar 2026. De lagere uitputting hangt samen met vertraging in de uitvoering, onder meer door uitval van beleidscapaciteit binnen het thema huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) en zorg & veilig. Hierdoor is een deel van de geplande inzet feitelijk verschoven naar 2026. Daarnaast is in 2025 € 96.000 aan DUVO-middelen beschikbaar gekomen, mede via een ontvangst van de gemeente Rotterdam. Deze middelen zijn bedoeld ter versterking van de aanpak HGKM en sluiten aan bij het Actieplan. Omdat aanvullende inzet pas per 1 januari 2026 geborgd kon worden, zijn deze middelen overgeheveld naar 2026.

Met het doorschuiven van zowel het restant van het projectbudget als de DUVO-middelen wordt de verdere uitvoering van het Actieplan, inclusief de projectcoördinatie, geborgd tot het einde van de projectperiode in 2026. Het betreft daarmee een fasering van middelen, geen inhoudelijke bijstelling van de ambities.

20.Wijkteams (€ 118.828 voordeel)
Op het budget Inzet in de Wijkteams is er een onderbesteding van € 118.828. Dit wordt veroorzaakt doordat er minder uren geleverd zijn dan aan het begin van het jaar via de budgetbrief aan de moederorganisaties zijn toegekend. In deze budgetbrief zijn de beschikbare uren per organisatie verdeeld aan de aanbieders die deelnemen aan de aanbesteding Jeugdhulpverlening en maatschappelijke ondersteuning t.b.v. het wijkteam in Barendrecht.

Als gevolg van zowel onvoorziene uitval (zoals ziekte) als deels voorzienbare uitval (zoals zwangerschap en ouderschapsverlof), in combinatie met de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt, blijkt het voor sommige organisaties lastig om tijdig passende vervanging te realiseren. Daarnaast maakt de aard en complexiteit van de werkzaamheden in het wijkteam het moeilijk om tijdelijke inzet te organiseren. Het inwerken van vervangende medewerkers vergt in veel gevallen meer tijd dan de periode waarvoor tijdelijke inhuur mogelijk of beschikbaar is.

21.Minimabeleid (€ 103.355 voordeel) 
Op de post minimabeleid is er een overschot van €103.355. Dit is het resultaat van een aantal voor- en nadelen. Hoofdzakelijk wordt de afwijking veroorzaakt door een hogere opbrengst van €84.952. De extra opbrengsten bestaan met name uit incidentele terugbetalingen van eerder verstrekte leenbijstand, vooral voor woninginrichting, en zijn daarmee niet structureel. Daarnaast ontstaat bij de zorgverzekering voor minima een incidenteel voordeel van €?58.685, voornamelijk door verrekeningen binnen het collectiviteitscontract.

Tegenover deze meevallers staan hogere lasten binnen de Bijzondere Bijstand. De stijging wordt met name veroorzaakt door hogere kosten voor de Individuele Inkomenstoeslag, inrichtings- en huisraadvoorzieningen en financiële transactiekosten (circa 85% van de BB-lasten). Tot slot is er een kleine overschrijding op de Meedoenregeling, vooral door hogere lasten binnen het Kindpakket. Deze stijgende uitgaven sluiten aan bij de landelijke trend van toenemende bestaanszekerheidsdruk en worden niet als structureel beschouwd.

Excel-tabel

22 Advieskosten huisvestingskosten OBO 35.500
23 Voorbereidingskosten sporthal De Driesprong 47.400
24 Implementatie omgevingswet 242.800
25 Actieplan Jeugd en Gezin 123.400
26 Alleenverdienersregeling 32.500
27 Omgevingsprogramma Wonen 72.000
28 Basis geluid emissie 39.400
Totaal budgetoverhevelingen 2025 593.000

Omschrijving (toelichting)

Budgetoverhevelingen 2025
In de jaarrekening 2025 is sprake van een onderbesteding op enkele budgetten die voor een specifiek doel ter beschikking gesteld waren. Voorgesteld wordt deze door te schuiven naar 2026. Deze worden dan in 2026 aan de algemene reserve onttrokken en beschikbaar gesteld.

22.Advieskosten huisvestingskosten Openbaar Basisonderwijs (€ 35.500 doorschuiven naar 2026)
In de begroting 2025 is incidenteel budget opgenomen voor advieskosten voor de uitvoering van het integraal huisvestingsplan (IHP), onderdeel openbaar basisonderwijs. Als gevolg van ziekte is dit niet tot stand gekomen in 2025 en zullen de werkzaamheden worden hervat in 2026.

23.Voorbereidingskosten Sporthal De Driesprong (€ 47.400 doorschuiven naar 2026)
De voorbereiding voor de vervanging van de Sporthal de Driesprong is nog in volle gang. Het budget is nodig om in 2026 onderzoeken te kunnen afronden, zodat we voor het zomerreces een raadsvoorstel kunnen voorleggen voor een investeringsaanvraag.

24.Implementatie Omgevingswet (€ 242.800 doorschuiven naar 2026)
Dit is toegelicht bij nr.14.

25.Actieplan Jeugd en Gezin (€ 123.400 doorschuiven naar 2026)
Dit is toegelicht bij nr.19.

26.Alleenverdienersregeling (€ 32.500 doorschuiven naar 2026)
In 2025 is uitvoering gegeven aan de tijdelijke regeling voor de alleenverdienersproblematiek. Op basis van de door de Belastingdienst aangeleverde gegevens zijn circa tien huishoudens benaderd en toegekend. De doelgroep blijkt kleiner dan geraamd en het geplande aanvullende dossieronderzoek heeft in 2025 niet plaatsgevonden, waardoor minder aanvragen zijn gerealiseerd dan begroot. Dit leidt tot een voordeel van € 32.535 in 2025. Omdat de regeling in 2026 wordt voortgezet en mogelijk aanvullende rechthebbenden nog moeten worden bereikt, wordt voorgesteld dit incidentele voordeel door te schuiven naar 2026.

27.Omgevingsprogramma Wonen (€ 72.000 doorschuiven naar 2026)
Voor 2025 is een budget beschikbaar gesteld van € 128.800 voor het Omgevingsprogramma Wonen. In 2025 is er €56.800 uitgegeven aan advieskosten. Eind 2025 is het gelukt om hier invulling  aan te geven. De programmamanager Wonen is op 1 januari 2026 gestart. Het verzoek is daarom om het restantbudget door te schuiven naar 2026.

28.Basis geluid emissie (€ 39.400 doorschuiven naar 2026)
De geplande werkzaamheden zijn niet in 2025 uitgevoerd, maar worden in 2026 uitgevoerd. Dit gaat om incidenteel budget voor het opstellen van de Basis Geluid Emissie, wat een verplichting is onder de Omgevingswet en het opstellen en aanpassen van het beleid conform de Omgevingswet. Voorgesteld wordt om het restantbedrag door te schuiven naar 2026.

Excel-tabel