2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. Aanleiding en achtergrond

Terug naar navigatie - 1. Aanleiding en achtergrond

De gemeente Barendrecht voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. 

Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. 

2. Risicoprofiel

Terug naar navigatie - 2. Risicoprofiel

Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 15 december 2023. We kijken vanuit de huidige omstandigheden terug en vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst.

De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de opvang van vluchtelingen, de inflatie en de krappe arbeidsmarkt  laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De ontvlechting van de BAR-Organisatie is verwerkt in het cluster risico m.b.t. de BAR-Organisatie zoals u die aantreft in de top 10. Dit betreft de bedrijfsvoeringsrisico’s.  Het betreft hierbij de risico-inschattingen zoals deze op dit moment kunnen worden gedaan. 

In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 94% van alle geïdentificeerde risico’s.

Belangrijkste financiële risico’s gemeente Barendrecht
Nr. Risico Maatregelen/Opmerkingen Klasse max. Financieel gevolg
1/1 Risicocluster Project de Stationstuinen Gecontroleerde projectomgeving, fasering, prioritering, partneroverleg (oa ontwikkelaars, wooncorporatie) 4 max.€ 9.072.945 +
2/2 Risicocluster tekorten uitvoering gedecentraliseerde/nieuwe taken BAR-organisatie nieuwe stijl, monitoring/ benchmarking, business intelligence, competentie-ontwikkeling, SPP 4 max.€ 1.500.000 ~
3/3 Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving beveiliging data/ informatie/ gegevens/ privacy BAR-organisatie, proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, compliance 5 max.€ 1.000.000 ~
4/4 Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet Beperkte invloed, transformatie keten, monitoring/ benchmarking, business intelligence 4 max.€ 1.000.000 ~
5/5 Risico dat de BAR-organisatie haar taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget. BAR-organisatie nieuwe stijl, monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling 4 max.€ 915.000 ~
6/6 Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan kan leiden tot onvoorziene uitgaven Frequent toepassen audits, analyse P&C voortgangsrapportages van instellingen, frequent debiteurenbeheer & opvolgende maatregelen voor invordering 4 max.€ 1.000.000 ~
7/7 Risico tekorten in open eind-regelingen Schulddienstverlening, Schuldhulp- verlening, bijzondere bijstand Schulddienstverlening: preventie, competentieontwikkeling, business intelligence 5 max.€ 400.000 ~
8/8 Cluster WMO gerelateerde risico's Overschrijding van budget(ten) Beperkte invloed, BAR-organisatie, monitoring, business intelligence 5 max.€ 400.000 ~
9/9 Risico’s projecten Gecontroleerde projectomgeving, scenario-analyse/ risicoanalyse 4 max.€ 500.000 ~
10/10 Financiële en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen Frequent toepassen audits, voortgangsrapportages van instellingen 3 max.€ 400.000 ~
Totaal van alle risico 's: € 17.698.000
- Risico daalt en/of neemt af.
+ Risico stijgt en/of neemt toe.
~ Risico blijft gelijk.
! Aandachtvestiging/opmerking i.v.m. ontwikkelingen

Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De tabel hierna geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.

Kwantiteit Referentiebeelden Kansklasse Toelichting kansklasse
10% 0 of 1 keer per 10 jaar 1 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30% 1 keer per 5 – 10 jaar 2 Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50% 1 keer per 2 – 5 jaar 3 Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70% 1 keer per 1 – 2 jaar 4 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90% 1 keer per jaar of meer 5 Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag van € 17.698.000 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages
Percentage Bedrag
5% € 3.345.386
25% € 5.237.767
50% € 6.657.114
75% € 8.290.464
90% € 9.779.288
95% € 10.547.076

Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 9.779.288 (benodigde weerstandscapaciteit).

3. Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 3. Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstand Huidige capaciteit
Algemene reserve aanvang 2023 € 13.334.229
Stortingen in 2023 € 4.259.442
Onttrekkingen in 2023 -€ 3.477.900
Totale weerstandscapaciteit eind 2023 € 14.115.772
Saldo Jaarrekening 2023 -€ 3.307.835
Budgetoverhevelingen 2023 -€ 908.600
Toevoeging bestemmingsreserve Klimaatadaptieve inrichting Oude Dorpskern € 742.800
Toevoeging bestemmingsreserve Energietransitie € 75.000
Slagvaardige organisatie -€ 750.000
Totale weerstandscapaciteit eind 2024 € 9.967.137

4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen ? Beschikbare weerstandscapaciteit ? € 14.115.772 ? 1,4 eind 2023
Benodigde weerstandscapaciteit € 9.779.288
Ratio weerstandsvermogen ? Beschikbare weerstandscapaciteit ? € 9.967.137 ? 1,0 eind 2024
Benodigde weerstandscapaciteit € 9.779.288

De ratio weerstandsvermogen van de gemeente Barendrecht bedraagt eind 2023 1,4 en valt hiermee binnen klasse B, wat staat voor een ruim voldoende weerstandsvermogen. In 2024 daalt de ratio naar 1,0  en valt dan in klasse C, wat staat voor een voldoende weerstandsvermogen.

Weerstandsnorm
Klasse Ratio Betekenis
A > 2,0 Uitstekend
B 1,4 – 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 – 1,4 Voldoende
D 0,8 – 1,0 Matig
E 0,6 – 0,8 Onvoldoende
F < 0,6 Ruim onvoldoende

5. Kengetallen

Terug naar navigatie - 5. Kengetallen

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag worden kengetallen opgenomen voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de schuldratio, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente.

Kengetallen Realisatie 2022 Prognose 2023 Realisatie 2023
Netto schuldquote 85,2% 102,7% 86,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd 85,2% 102,7% 86,0%
Solvabiliteitsratio 26,1% 21,3% 24,2%
Structurele exploitatieruimte -3,4% -2,6% -3,3%
Grondexploitatie 3,3% 1,2% 5,7%
Belastingcapaciteit 111,5% 110,4% 110,4%

De waarden van de kengetallen op de hieronder afgebeelde kengetallenmonitor zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest.

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote <90% 90-130% >130%
Netto schuldquote gecorrigeerd <90% 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte begroting >0% 0% <0%
Belastingcapaciteit <95% 95-105% >105%

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. In 2023 komt de schuldquote onder de 90% uit (categorie A). De berekening van de netto schuldquote ziet er als volgt uit:

bedragen * 1.000
Netto schuldquote Realisatie Prognose Realisatie
2022 2023 2023
Vaste schulden + 116.835 118.674 105.973
Netto vlottende schuld + 7.383 20.552 26.179
Overlopende passiva + 22.653 22.653 33.466
Totale bruto schuld 146.871 161.879 165.618
Financiële activa (excl. kapitaalverstr. , leningen) - 1.146 1.153 1.597
Financiële activa (verstrekte leningen) 19 0 0
Uitzettingen < 1 jaar - 15.696 11.141 21.307
Liquide middelen - 333 0 332
Overlopende activa - 13.744 13.744 15.590
Totale netto schuld 115.952 135.841 126.792
Totale netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 115.933 135.841 126.792
Totale saldo van baten (excl. mutatie reserves) 136.128 132.261 147.452
Netto schuldquote 85,2% 102,7% 86,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 85,2% 102,7% 86,0%

De netto schuld valt in 2023 ca. € 9 miljoen lager uit dan verwacht, met name door meer uitzettingen en het totaal saldo van baten is ca. € 15 miljoen hoger waardoor de schuldquote een stuk lager uitvalt.

De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd.  Deze blijft in categorie B.

bedragen * 1.000
Solvabiliteit Realisatie Prognose Realisatie
2022 2023 2023
Eigen vermogen 56.714 46.322 55.654
Totaal passiva 217.678 217.227 229.966
Solvabiliteit 26,1% 21,3% 24,2%

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (inclusief rente en aflossingen van leningen) te dekken. Deze blijft in categorie C.

bedragen * 1.000
Structurele exploitatieruimte Realisatie Prognose Realisatie
2022 2023 2023
Saldo van baten en lasten + -518 -10.392 -1.060
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves - 4.777 6.026 -2.247
Rekeningsaldo 4.259 -4.366 -3.307
Waarvan incidentele lasten en baten - 8.923 -952 1.496
Structureel saldo -4.664 -3.414 -4.803
Totale saldo van baten (excl. mutatie reserves) 136.128 132.261 147.452
Structurele exploitatieruimte -3,4% -2,6% -3,3%

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage hoe beter. Bij de grondexploitaties is sprake van een laag risico.

bedragen * 1.000
Grondexploitatie Realisatie Prognose Realisatie
2022 2023 2023
A. Bouwgronden in exploitatie + 4.498 1.634 8.356
Totale bouwgronden 4.498 1.634 8.356
B. Totale saldo van baten (excl. mutatie reserves) / 136.128 132.263 147.452
Grondexploitatie 3,3% 1,2% 5,7%

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Barendrecht zit boven het landelijk gemiddelde met 110,4% in categorie C. Volgens de BBV voorschriften moet dit vergeleken worden met de landelijk gemiddelde woonlasten van het jaar er voor. In onderstaande tabel is ook een vergelijking gemaakt met de landelijk gemiddelde woonlasten van hetzelfde jaar.

bedragen * 1.000
Belastingcapaciteit Realisatie Prognose Realisatie
2022 2023 2023
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde + 416 410 410
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde + 188 193 193
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin + 301 396 396
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin - 0 0 0
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 905 999 999
E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 / 811 905 905
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor 111,5% 110,4% 110,4%
E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t / 905 944 944
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde zelfde jaar 100,0% 105,8% 105,8%

6. Ontwikkeling risicoprofiel Barendrecht

Terug naar navigatie - 6. Ontwikkeling risicoprofiel Barendrecht

In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. 

Het weerstandsvermogen van de gemeente laat een negatieve trend zien die over 2023 is blijven bestaan. De algemene reserve kan hierdoor voor het eerst in lange tijd onder de ratio 1 uitkomen. Dit houdt in dat er met alleen de algemene reserve onvoldoende buffer is om de bekende risico’s af te dekken. Hierdoor moet er mogelijk opnieuw geprioriteerd worden en zo mogelijk naar andere weerstandscomponenten (bijvoorbeeld onbenutte belastingcapaciteit) worden gekeken om de dekking te herstellen. 

Project de Stationstuinen 
In dit grote project wordt in een periode van ongeveer 10 jaar een moderne wijk met circa 3.500 woningen gerealiseerd. De ontwikkeling van de risico’s hierbij zal fluctueren. In de fase waarin het project zich bevindt zijn er verschillende scenario’s denkbaar als het gaat om bijvoorbeeld specifieke parkeeroplossingen, aantal parkeerplaatsen, aanbesteding parkeerhubs en verplaatsing van bedrijven. Het hoge prijsniveau van grond-/ brandstoffen, bouwmateriaal en personeel heeft uiteraard ook invloed op de hoogte van het risico dat dient te worden beheerst. Momenteel is dit risicocluster met circa € 9 miljoen aan maximaal berekend risico de grootste in het risicoprofiel van de gemeente. Derhalve wordt er ook rekening gehouden met scenario’s waarin het bestemmingsplan onverhoopt vertraging oploopt of in het meest negatieve geval niet wordt goedgekeurd. 

Sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet)
In lijn met het landelijke beeld is over 2023 een aanhoudende trend te zien van hoge en/of stijgende kosten. De gemeente heeft hierdoor te maken met alsmaar groeiende uitgaven zonder dat hier adequate structurele financiering tegenover staat. In de uitvoering van de Participatiewet (BUIG) en de Jeugdwet zorgt dit voor overschrijdingen over 2023.
De omvangrijke bezuinigingsplannen van het kabinet op de uitvoering van de Jeugdzorg zijn weliswaar vooruit geschoven, maar zullen komende jaren uitgevoerd gaan worden. De toenemende hulpvraag onder jongeren is zorgelijk groot en de beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening draagt bij aan het aanhouden van een stevig risico in het gemeentelijk risicoprofiel. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen de netto kosten en de vraag zeker tot 2025 hoog blijven, wanneer niet van het in 2019 ingevoerde abonnementstarief wordt afgestapt.

Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds) 
Er is al langere tijd sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen het Rijk en decentrale overheden. Het vooralsnog bevriezen van de bijdragen van het gemeentefonds en de onzekerheid over de toekomst van een nieuwe verdeel- en berekensystematiek van het gemeentefonds vormt een grote onzekerheid. 

Decentralisaties/ nieuwe & aangepaste wettelijke taken
Het transformeren naar een uitgebalanceerde uitvoeringsorganisatie voor de vanuit de het rijk gedecentraliseerde taken, als wel het implementeren en ten uitvoer leggen van nieuwe en aangepaste wetten en regelgeving is en blijft een zeer complexe en uitdagende opgave en vormt een groot risico. 

ICT/ Informatiebeveiliging
De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. Burgers verwachten daarbij steeds meer op het gebied van digitale dienstverlening. De gemiddelde kosten op ICT-gebied per inwoner per jaar heeft zich inmiddels ontwikkeld tot € 100. Nieuwe/ aangepaste wetgeving op het gebied van informatiebeveiliging stelt harde toenemende eisen aan de beschikbare competenties en capaciteit om er invulling aan te geven. Over 2023 heeft dit invloed gehad op het prioriteren van activiteiten binnen diverse specialismen.

Risico’s BAR organisatie (ontvlechting)
2023 is het jaar waarin de BAR-Organisatie is ontvlochten. In de 2e helft van het jaar is de plaatsing van het personeel afgerond. De (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverlening van de gemeente(n) vormen het risicoprofiel voor de organisatie en bijbehorende dienstverlening die per 1 januari 2024 door de Bedrijfsvoeringspartner wordt uitgevoerd. De bestaande bedrijfsvoeringsrisico’s blijven dus ook de kern van het risicoprofiel van de Bedrijfsvoeringspartner. De risico’s voor de uitvoering van de wetten en regels, het leveren van producten en diensten (primaire taken) door de gemeenten blijven dus ook in de nieuwe situatie de kern van het risicoprofiel van de gemeente, met als belangrijk verschil dat de uitvoerende ambtenaren in de product- en dienstverlening vanaf 1 januari bij de gemeente in dienst zijn.
Het risico bestaat dat de krappe arbeidsmarkt niet volledig voorziet in geschikte kandidaten voor de diverse vacatures die hierdoor zijn ontstaan bij de gemeente en de Bedrijfsvoeringspartner. Het personeelsverloop is daarbij in 2023 vrij hoog geweest. Het ziekteverzuim ligt over een langere periode al boven het landelijke gemiddelde, maar is in de loop van 2023 wel flink afgenomen. De kans dat er meer kosten worden gemaakt voor inhuur blijft aanwezig. 

Opvang van vluchtelingen
De opvang van vluchtelingen heeft gevolgen voor de gemeente. Het realiseren van opvang en huisvesting voor de korte en langere termijn kan van invloed zijn op de benodigde weerstandscapaciteit. Er gaat ambtelijke capaciteit naar de opvang, begeleiden, huisvesten van vluchtelingen en de administratieve (financiële) organisatie hieromtrent. Aan de opvangtaak van de gemeente zijn vergoedingen gekoppeld. Vooralsnog geldt de insteek dat gemeenten geen financiële schade op mogen lopen door de taken die hierin ontstaan. We houden er rekening mee dat de kans op financiële schade, als gevolg van de oorlog, alsnog kan ontstaan met het aanhouden er van, maar over 2023 blijkt dat de opvang en ondersteuning zelf een beperkt risico oplevert.  

Hoge energieprijzen, hoge inflatie
Niet alleen voor brandstoffen, maar ook voor voedingsmiddelen, ruwe grondstoffen en bouwmaterialen blijven de prijzen hoog. Dit zorgt ervoor dat de inflatie nauwelijks afneemt. De koopkracht neemt vooralsnog af en voor steeds meer huishoudens, bedrijven en instellingen levert dit problemen op.  
De gemeente heeft last van bovengenoemde ontwikkelingen als het gaat om bijvoorbeeld het assetmanagement (beheer en onderhoud van gemeentelijke eigendommen zoals gebouwen, gemalen etc.). Bouw- en onderhoudsbedrijven hebben veel werk, terwijl personeel schaars is en grondstoffen en bouwmateriaal veel duurder worden.

Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand
De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en beperkt zich niet tot alleen de lage inkomens. Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement.