Omschrijving (toelichting)

Het Rijk werkt toe naar de inwerkingtreding van de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel. Hiermee wordt het woonplaatsbeginsel vereenvoudigd. De wijziging heeft gevolgen voor de verdeling van de financiële middelen. We gaan onderzoeken wat de (financiële) gevolgen zijn van de invoering van de nieuwe definitie en we passen de administratieve processen daarop aan. Als gevolg van de Coronacrisis is dit uitgesteld naar 1 januari 2022.

(2021/14)

Kwaliteit (toelichting)

Per 1 januari 2022 wordt het nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugdwet van kracht. Daarbij is de definitie van het woonplaatsbeginsel vereenvoudigd. Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor jeugdhulp. Vanaf 2022 wordt uitgegaan van de woonplaats waar de jeugdige staat ingeschreven op het moment van de zorgvraag. Deze wijziging van het woonplaatsbeginsel betekent dat vanaf 2022 de nieuwe instroom beoordeeld dient te worden aan de hand van de nieuwe definitie. Om de implementatie van de wet soepel te laten verlopen, en de administratieve lasten voor gemeenten en zorgaanbieders zo laag mogelijk te houden, heeft de VNG een convenant opgesteld. Barendrecht heeft dit convenant ondertekend. Om te kunnen bepalen of we inderdaad verantwoordelijk zijn voor het leveren van jeugdhulp is in 2021 een stappenplan en werkinstructie voor de wijkteams ontwikkeld.